Priegelproat

 

                                                     Niets vindt zo onmiddellijk
                                                     zijn weg tot de ziel
                                                     als schoonheid!


                                                                                Joseph Addison








11 NOVEMBER SINT MAARTEN

Ter ere van Sint Maarten wordt nog steeds in talloze streken het lantarenfeest gevierd.

Het feest van Sint Maarten is het volgende feest na dat van de aarstengel Michaël. 11 november geldt als feestdag van Sint Maarten, de ridder die de helft van zijn mantel aan een arme bedelaar gaf. Het Sint-Maartenfeest is een feest van offerbereidheid, van goedheid en deemoed. De mens wordt in zijn hartekrachten aangesproken. Als beeld daarvan trekken de kinderen met hun lantarentjes langs de huizen om een `aalmoes`te vragen. Tegelijkertijd is het feest van lichtjes en vormt daarmee het eerste `lichtfeest` in een reeks feesten, als voorbereiding op het Kerstfeest.
Lang geleden was de feestdag van Sint Maarten het begin van een nieuwjaar op het land. Op die dag stelden de boeren hun meiden en knechten weer voor een nieuw jaar aan.
De mooie gewoonte om kinderen in de vroege avond met lantarens -liefst zelfgemaakte- zingend door de straten te laten trekken, is het waard om onderhouden te worden.
In veel plaatsen is de Sint Maarten een `bedel-dag`. De kinderen vragen, bedelen, eisen tijdens de optocht van de buurtbewoners geschenken. Het zou echter meer met het wezen van Sint Maarten overeenkomen, als men de kinderen niet alleen tot ontvangen, maar tot geven aansporen. Er zijn overal genoeg oude, eenzame, zieke of bedroefde mensen, aan wie een kleine groet, gebracht door de dragers van het Sint Maartenslicht, licht  en warmte kan brengen.

Mien leutje lanteern
Ik zai die zo geern
Doe daanst deur de stroaten
Dat kinst ja nait loaten
Mien leutje lanteern
Ik zai die zo geern




****Een Tafelspel: bij een tafelspel wordt een uiterlijk beeld van een verhaal gemaakt en uitgebeeld op een tafel. De figuren van bijvoorbeeld een sprookje lopen ‘hun levensweg’. Op de tafel zijn de plekken te zien waar de sprookjesfiguur aankomt om ervaringen op te doen. Terwijl het verhaal wordt verteld, worden de figuren van de ene plaats naar de andere bewogen. Als het kind al bekend is met de tekst kan het sprookje worden voorgelezen. Daar is dan een tweede persoon voor nodig.
Voor de aanvang van het spel is er een kleed over het tafereel gelegd en wordt dan vervolgens verwijderd. Er kan dan ook een muziekje klinken. De figuren worden door een persoon bewogen. De persoon is dus zichtbaar. Aan het eind wordt het kleed er weer over gelegd.
 


Als je een tafelspel teveel vindt om te maken, kun je ook alleen een
scene/tafereeltje uit een verhaal laten zien.

****Een Tafereeltje met 1 of 2 figuurtjes.
Tijdens het voorlezen kijkt het kind naar een of meerdere figuren die op een passend kleurig kleed zijn neergezet. Met hier en daar iets neergelegd uit de natuur.




Naar boven